NEDERLAND OP ONACCEPTABELE ACHTERSTAND BIJ ACCEPTATIE COMPLEMENTAIRE THERAPIEËN


De titel en ondertitel van het boek van Henk Trentelman spreken boekdelen. Hier is iemand aan het woord die niet bepaald enthousiast is over de mogelijkheden van chemotherapie. Het hoofdstuk over chemotherapie begint niet voor niets met een in de VS gehouden enquête onder oncologen waaruit duidelijk blijkt dat het merendeel van de specialisten chemotherapie eigenlijk geen reële optie vindt.
De artsen kregen de vraag voorgelegd of zij na de diagnose kanker bij zichzelf of hun familieleden zouden opteren voor een behandeling met chemo. Ruim 80% van de respondenten antwoordde ontkennend. Als argument werd aangevoerd de uiterst geringe kans op genezing en het gebrek aan kwaliteit van leven na de chemo. Dat is op zich al onthutsend genoeg, maar nog veel onthutsender is dat zij kennelijk een onderscheid maken tussen wat goed is voor zichzelf en wat goed is voor hun patiënten, want 75% van diezelfde beroepsgroep beveelt chemotherapie met nadruk aan bij patiënten met kanker ….!

Onjuist beeld
Trentelman plaats ook kanttekeningen bij de claim van reguliere zijde dat 50% van de mensen met kanker geneest. Voor die claim worden allerlei soorten veel en minder veel voorkomende soorten kanker op een hoop gegooid, wat de resultaten enorm vertekent en genezingspercentages suggereert die niet reëel zijn. De cijfers worden verder opgekrikt door onjuiste definities van kanker. Zo worden in de oncologische statistieken onschuldige nieuwvormingen opgenomen die helemaal geen tumoren zijn (bijvoorbeeld darmpoliepen) en die dus de betrouwbaarheid van de statistieken sterk vervuilen. Omgekeerd worden mensen die een paar dagen na een chemokuur overlijden buiten de statistieken gehouden onder het motto ‘toeval’.
Ook patiënten die verschillende keren in het ziekenhuis worden behandeld voor tumoren en bij elk ontslag als genezen worden aangemerkt, terwijl ze later terugkomen met metastasen die zijn terug te voeren op de oorspronkelijke tumor, zorgen voor een verkeerde beeldvorming.
Tot slot wijst Trentelman op de belangenverstrengeling. “De structuren en instellingen die conventionele en therapeutische protocollen aanbieden en toepassen, zijn tevens degenen die de statistieken samenstellen. Dat is uiteraard wetenschappelijk gezien onjuist, aangezien er geen garantie bestaat voor het objectieve beheer van de verkregen gegevens”, aldus de auteur.
Dat alles werpt een heel ander licht op de genezingsclaims.

Verontrustend
Dat blijkt ook uit de citaten van deskundigen die in het boek zijn opgenomen.
Enkele voorbeelden.
Dr. Hardin Jones, hoohleraar aan de universiteit van Californië is, na vele decennia lang de statistieken met betrekking tot het overleven van kanker te hebben geanalyseerd, tot de volgende conclusie gekomen : ‘Wanneer de patiënten niet worden behandeld, word hun toestand niet slechter, of wordt hun toestand niet slechter, of wordt deze zelfs beter.’ De verontrustende conclusies van dr. Jones zijn nooit weerlegd, aldus Walter Last in The Ecologist.
Over deze oncoloog wordt ook het volgende geschreven : ‘In 1975 ging Hardin Jones naar het congres voor kankeronderzoek van de universiteit van Barkeley met schokkende stukken : een verslag van de resultaten van een door hem uitgevoerd onderzoek naar kanker, dat 23 jaar had geduurd en dat in dat jaar was afgesloten. De resultaten : de kankerpatiënten die hadden geweigeerd de officiële behandelingen te ondergaan, leefden gemiddeld nog twaalf en een half jaar, terwijl degenen die zich hadden onderworpen aan chirurgische ingrepen, chemotherapie en bestraling, gemiddeld binnen slechts drie jaar waren overleden.’
En een hele vernietigende uit het gerenommeerde blad The Lancet: ‘Veel oncologen bevelen voor praktisch elk type tumor chemotherapie aan, met een vertrouwen dat niet wordt ontmoedigd door de vrijwel constante mislukkingen.

Eed van Hippocrates
Het laatste hoofdstuk in het boek is gewijd aan chemo in relatie tot de eed van Hippocrates. Een onmogelijke combinaties, volgens Henk Trentelman. Zo belven de artsen 0.a. het lijden te verlichten, de opvattingen van de patiënt te eerbiedigen en heem geen schade toe te brengen en de toegankelijkheid van de gezondheidszorg te bevorderen.
Beloften die door de reguliere behandelingen absoluut niet waargemaakt worden.

Ter illustratie haalt Trentelman de onderzoeken van dr. U. Abel, een Duitse epidemioloog van de Heidelberg/Mannheim Tumor Clinic. Abel heeft alle belangrijke onderzoeken en klinische experimenten met chemotherapie die ooit zijn uitgevoerd onder de loep genomen. Na bestudering van duizenden artikelen kwam hij tot de ontdekking dat het totale, wereldwijde aantal positive resultaten als gevolgd van chemotherapie schokkend laag was, en er geen enkel bewijs beschikbaar was voor het feit dat chemotherapie erin slaagt om ‘het leven van kankerpatiënten met de meest voorkomende typen organische kanker op noemenswaardige wijze te verlengen’.
“Hij benadrukte dat chemotherapie er zelden in slaagt om de levenskwaliteit te verbeteren, bestempelt de therapie als een financiële verspilling, beschrijft haar als een wetenschappelijke kommer en kwel en stelt dat ten minste 80% de chemotherapie die in de wereld wordt toegepast, geen enkel nut heeft”, aldus Trentelman in zijn boek. “Maar ook al bestaat er geen enkel wetenschappelijk bewijs dat chemotherapie werkt, noch de artsen, noch de patiënten zijn bereid om ervan af te zien. Geen van de belangrijke media heeft dit uitgebreide onderzoek ooit geciteerd : Het is volledig in de doofpot gestopt. “

Achterstand
Verder stelt Trentelman dat wij vergeleken met het buitenland op een onacceptabele achterstand staan als het gaat om de acceptatie van complementaire therapieën. “Duitse artsen genieten reeds jaren een in de grondwet verankerde therapievrijheid, waardoor zij niet beperkt zijn tot standaardbehandelingen als opereren, bestralen of chemotherapie. De twaalf rechters van het hoogste juridische gerechtshof in Karlsruhe besloten unaniem dat bevoegde artsen bij ernstig zieke patiënten volledigen vrijheid van handelen hebben en (!)… dat verzekeringsmaatschappijen de voorgeschreven therapie dienen te vergoeden.
In Duitsland worden dus nieuwe, maar ook klassieke geneeswijzen volop ingezet en naast elkaar gebruikt!”, aldus Trentelman.
Verder maakt hij melding van de suggestie om, in navolging van Engeland, een kennisbank op te richten waar alle informatie over behandelingen bewaard wordt, om zo te komen tot een individuele, op maat gesneden behandelingen van patiënten. Dat sluit aan bij het idee dat elke mens uniek is, niet alleen fysiek, maar ook wat betreft de interactie tussen lichaam en geest. Wat in Engeland en Duitsland kan, moet volgens Trentelman ook in Nederland zo snel mogelijk ingevoerd.

Tot slot meldt de auteur dat zijn pleidooi voor therapievrijheid even zeer de goed geïnformeerde patiënt geldt die bewust kiest voor chemo, om daar direct aan toe te voegen dat dat binnen het geldende protocol ‘nauwelijks een keuze te noemen is’.
Trentelman besluit zijn boek met een ondubbelzinnig pleidooi voor keuzevrijheid voorde terminale patiënt – “aan wie in Nederland de mogelijkheid wordt ontzegd om zich in zijn situatie alsnog in volledige vrijheid te oriënteren op altervatieve mogelijkheden – die daarbij zelfs op steun mag rekenen van een door hem gekozen arts of specialist. “

Het nieuwe jaar biedt hopelijk wat dat betreft ook nieuwe kansen.

De Eed van Hippocrates
Bij het uitreken van de artsenbul is er een moment voor reflectie op de normen en waarden van het beroep van arts. Dat gebeurt aan de hand van een nieuwe, moderne versie van de Eed van Hippocrates. “Deze eed markeert het moment van toetreding tot de beroepsgroep en doet de kandidaat zich realiseren welke hoogstaande principes hij voor ogen heeft”, aldus de Nederlandse faculteiten Geneeskunde en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering de Geneeskunde (KNMG) die het intitiatief namen voor de nieuwe eed die hieronder volgt :
Ik zweer/beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens.
Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten.
Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen.
Ik zal aan de patiënt geen schade doen.
Ik luister en zal hem goed inlichten.
Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd.
Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen. Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden.
Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving.
Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.
Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk.

Ik zal zo het beroep van arts in ere houden.

Bron : Uitzicht Magazine Jaargang 36-Januari 2009

 

Designed by Jeanne @ 2008

Drogisterij Benoordenhout

Oostduinlaan 121 - 2596 JK Den Haag